Huurvernieuwing
Wie heeft dit recht? Huurder en onderhuurder.
Doel
Dezelfde handel drijven (strikte interpretatie)
- dit wil zeggen, geen gelijkaardige handel
- indien de huurder zijn handelsactiviteit verandert zonder voorafgaande toelating van de verhuurder heeft de huurder geen recht op hernieuwing.
Duur
- telkens 9 jaar (afwijkingen zijn mogelijk)
- maximaal 3 hernieuwingen. Een periode = minimum 9 jaar (geen maximum).
Na drie verstreken hernieuwingen kan de verhuurder de huurder verplichten het pand te ontruimen. Laat de verhuurder de huurder in het goed, dan wordt dit beschouwd als een bezetting zonder geschreven overeenkomst, een mondelinge huur die door het gemeen recht wordt beheerst (dus opzegging volgens plaatselijke gewoonten, geen uitzettingsvergoeding voor de huurder en geen motivatie nodig voor de opzegging voor de verhuurder).
Termijn
Ten vroegste 18 maanden en uiterlijk 15 maanden voor het einde van de huur.
Enkele opmerkingen
- Indien de aanvraag te vroeg wordt ingediend (bv. de 19de maand voor het einde van de huur) dan is deze ongeldig; de huurder kan wel een nieuwe aanvraag binnen de wettelijke termijn indienen.
- Als de aanvraag niet binnen de termijn gebeurde vervalt het recht op hernieuwing.
- Let op de door de wet opgesomde verplichte vermeldingen op te nemen in de aanvraag.
Wat met de verhuurder?
- Zo hij niet binnen de 3 maand op de vraag van de huurder antwoordt, kan hij de hernieuwing niet meer beletten en zal een nieuwe huurovereenkomst van 9 jaar volgens de door de huurder voorgestelde huurprijs van kracht zijn.
- De verhuurder kan zich enkel op de wettelijke redenen vermeld in artikel 16, I tot en met III beroepen om de huurhernieuwing te weigeren. Hij kan ook op het aanbod van een derde ingaan of nog de hernieuwing aanvaarden, doch onder andere voorwaarden. Eventueel zullen er vergoedingen verschuldigd zijn.